Menu

Column – Mijn wormenlegion

Portfolio – Column voor lifestyle magazine Veluweleven – April 2012

De narcissen en blauwe druifjes staan in volle bloei, de kersenboom en de wilde hyacinten staan zowat op springen. Niets mooier dan een tuin in beweging. Vanaf begin februari staar ik elke dag een paar minuten naar mijn voortuintje om te kijken of er al wat staat te gebeuren. En wanneer dan als eerste de voorjaarsbollen trots hun bloemen laten zien, weet ik ook dat er in de achtertuin van alles aan het krioelen slaat. Mijn wormenlegioen komt op stoom.

Ik ben een trouwe compostproducent. Zelfs in de winter breng ik door weer en wind elke dag mijn groente– en fruitafval naar mijn slapende roze slijmslurfjes in de compostbak in mijn achtertuin. Oké, het is maar een paar meter verderop, maar toch. Je moet het wel doen. Zo heb ik in het vroege voorjaar een flinke berg vol met onthoofde broccoli, witlof- en preikontjes, boerenkoolkruimels die niet meer in de pan pasten, kiwischillen, avocadopitten, peuldraadjes, klokhuizen, eierschalen, theeprut en heel veel koffiedrab verzameld. Zodra mijn voortuin in bloei staat, begint die berg in de achtertuin binnen een mum van tijd te slinken. Aha ze zijn wakker! De productie van mijn tuingeheim is begonnen.

Onderaan de compostbak zit een slangetje waaronder mijn vriend een stuk rioolpijp heeft ingegraven. Daarin past precies een colafles die binnen de kortste keren vol is gelopen met donkerbruine vloeibare drab: wormenpoep. Je kan het ook kopen à 3.95 per flesje bij een tuincentrum als natuurlijke vloeibare plantenvoeding. Dat klinkt inderdaad wat plezieriger in de oren, maar het is precies hetzelfde. Met niet aflatende ijver produceert mijn wormenlegioen liters van dit wondermiddel.

De buren zien mij regelmatig met een langzamerhand afzichtelijke colafles rondzwaaien in de voortuin. Bij voorkeur als het net geregend heeft of als er een buitje aan zit te komen. Maar daar krijg ik wel kanjers van akelei, enorme ooievaarsbekken, reusachtige sedum, tot in de hemel groeiende zonnebloemen en knallende rozen voor terug. Om maar niet te spreken van de Oost-Indische kers en maggiplant die maar niet van ophouden weten.

Rond mei heb ik dan de eerste oogst vaste compost. De compostbak gaat op zijn zij en het luik gaat open. Sappige zwarte, tja het is niet anders, samengeperste wormenpoep ligt klaar om via de kruiwagen in mijn compostverzamelbak te belanden. Een lichte mestlucht vult mijn neusgaten. De hond, die wel van een lekker hapje houdt, staat al in de aanslag. De brokken die even later naast de kruiwagen belanden, smakt hij heerlijk weg. Op zo’n moment voel ik me rijk en beeld ik me in dat ik druk in de weer ben op mijn eigen boerenerf. Als ik nog een jong blaadje was geweest, had ik zeker meegedaan met ‘Boer zoekt vrouw’. Nu hou ik het toch maar bij de wormenpoep.

De compost uit de verzamelbak is voor begin februari van het volgend jaar. Dan begint het hele feest weer van voren af aan.


 

Meer columns